Drie argumenten waarom samenwerkend leren een belangrijke instructiestrategie wordt gevonden:
1. effectief leren
Ik wil leren om minder te praten, maar de leerlingen meer zelf te laten oefenen en vooral met elkaar in discussie gaan, lijkt mij effectiever. Samenwerken stimuleert het hardop bewerken van kennis. De leerlingen leren hun gedachten te verwoorden van wat ze weten. Dit lijkt mij effectiever dan de leerlingen telkens stil met de sommen te laten oefenen.
2. organisatie van de onderwijsleersituatie
Ik wil deze organisatie eerst neerzetten in rustigere klassen en klassen die zelfstandiger zijn en die dit kunnen. Ik wil dit doen om hiaten eruit te plukken en dit bij deze klassen eerst te verbeteren. Wanneer dit dan soepeltjes loopt, wil ik het verder gaan uitbreiden.
3. maatschappij
Ik vind samenwerken leren een hele goede voorbereiding op de maatschappij voor de leerlingen. In de maatschappij krijgen ze met diverse mensen te maken. Ze moeten hier mee om leren te gaan en hebben collega’s niet voor het uitkiezen.
Bij het verschil tussen “bij elkaar zitten”en samenwerkend leren zie ik ook een paar onderdeeltjes die in mijn lessen ook zo zijn:
Bij de leerlingen zie ik weinig onderlinge afhankelijkheid. De groep wordt door de leerlingen vaak zelf bepaald, waardoor er te weinig kritisch naar elkaar wordt gekeken. Ik besteed soms te weinig aandacht aan de groepsprocessen. Ik ben te veel bezig met de individuele leerling. Ik merk dat leerlingen in homogene groepen eerder over allerdaagse dingen gaan praten. Ik moet dan te veel als politieagent optreden en ze te vaak terechtwijzen. Ik heb soms de oplossing daarvoor niet paraat om de leerlingen in groepjes gemotiveerd te krijgen. Ik sta figuurlijk met de handen in het haar. Ik zou graag wat meer handvatten willen.
Ik vind zelf de volgende punten van samenwerkend leren het belangrijkst:
- De leerlingen moeten het gevoel hebben elkaar nodig te hebben en daarvoor is iedereen medeverantwoordelijk. Ik zie altijd leerlingen die er met een Jantje van Leiden af willen komen. Een andere leerling moet deze leerling tot de orde kunnen roepen. De andere leerlingen moeten deze leerling steunen en proberen diegene er weer bij te betrekken.
- Ik vind de instructie van de leerkracht heel belangrijk. Deze moet kort en duidelijk zijn, zodat de groepjes gelijk aan het werk kunnen. Ik las in het tussenstukje van docente Karin een hele goede en kordate werkwijze. De leerlingen wisten wat ze moesten doen. Ik wil dit zelf in mijn lessen gaan oefenen.
De vijf sleutelbegrippen voor de effectiviteit van het samen leren:
1. positieve wederzijdse afhankelijkheid
Ik vind dat de opdracht voor het samenwerkend leren zo gefomuleerd moet zijn dat er inzet van alle betrokkenen voor nodig is om het uiteindelijke doel te bereiken. Wanneer dit niet zo is, wordt de opdracht niet serieus genomen en krijg je scheve gezichten in het groepje, waardoor het samenwerken geen zin heeft. Ik vind dat bij het samenstellen van een groepje diverse leerlingen moeten zitten met verschillende eigenschappen. De ene leerling heeft de kennis, de ander is sociaal. De leerlingen moeten verschillende taken los van elkaar kunnen uitvoeren. De leerlingen krijgen rollen toegewezen, waarin ze onderling wel kunnen en mogen doorwisselen.
2. individuele aanspreekbaarheid
Ik vind dat iedere leerling in het groepje aanspreekbaar moet zijn op de gemeenschappelijke uitkomst. Ik vind dat ik, maar ook de groep, ervoor moet zorgen dat er geen meelifters zijn, maar proberen iedereen er telkens bij te betrekken. Wanneer het wel mis gaat met een leerling in een groepje, vind ik dat de leerlingen in het groepje de oplossing eerst moeten proberen te vinden. Wanneer ik zie dat deze uitwerking geen heil heeft, spring ik in en probeer ik voor een goede oplossing te zorgen.
3. directe interactie
Ik vind dat ik als docent moet letten dat de tafels en stoelen zo staan dat er zich geen groepslid buitengesloten kan voelen. Wanneer dit goed zal staan, zorgt dit voor directere communicatie. In die communicatie naar elkaar toe vind ik belangrij dat de leerlingen elkaar ondersteunen en aanmoedigen.
4. sociale vaardigheden
Ik vind het moeilijk om in een groep met een aantal eenlingen groepjes te gaan vormen en te laten vormen. Vooral in de vierde klas zitten een paar leerlingen die heel op zichzelf gericht zijn. Wanneer ik de klas zou laten kiezen, worden deze leerlingen als laatst gekozen of helemaal niet gekozen en wordt er hardop gezegd dat ze diegene niet willen. Wanneer ik de groepjes samenstel en deze minder sociale leerlingen in een groepje zet de leerlingen niet accepteren. Ik vind het moeilijk om hier mee om te gaan, omdat ik denk deze individuele leerlingen geen plezier te doen om ze in een groepje te laten samenwerken. Aan de andere kant leren ze ook niet om met andere leerlingen om te gaan. Ik blijf het lastig vinden voor mezelf, wat is nou de juiste keuze?
5. evaluatie en bijstelling van groepsprocessen
In mijn vorige verslag gaf ik al aan meer te willen evalueren met groepjes, wanneer ze samenwerken. Ik wil in deze reflectie niet de hoofdrol spelen, maar waar nodig bij te sturen.
Ik wil in dit verslag een klein verhaaltje schrijven wat mij heel erg raakte en onlangs is gebeurd.
De van der Capellenscholengemeenschap bestaat uit vier locaties: Zwolle, Dedemsvaart, Wijhe en Elburg. Ik werk zelf in Elburg. Dit ter zijdelingse informatie.
Deze scholengemeenschap organiseerde een klein filmfestival, waarin leerlingen in groepjes de tijd kregen een filmpje te maken en deze te presenteren aan de jury en aan de leerlingen van de school. Een meisje uit de eerste klas, sociaal niet sterk, ging alleen aan de slag. Ze had aleen heel veel plezier in het maken van het filmpje, terwijl alle andere groepjes bestonden uit meerdere leerlingen. Ze had het op een gehele eigenwijze manier gemaakt. Ze houdt van tekenen en heeft hier een animatiefilm van gemaakt met tekst en muziek eronder. Niemand, zelfs de jury, had verwacht dat er zo’n product uit zou komen, want ze hadden allemaal gewone filmpjes verwacht, welke met camera gemaakt zouden zijn.
Bij ons op school werd er ter afsluiting een filmfestival gehouden, waarin de filmpjes waren te zien van de groepjes bij ons op school. Op het laatst werden de drie prijswinnaars bekend gemaakt van alle locaties. Zij kwam als grote winnaar uit de bus. Ze ging op haar manier helemaal uit haar dak. Ik vond het heel mooi en zelf een beetje ontroerend om te zien. Iemand die normaal zo weinig van zichzelf laat zien, was op dat moment de koning te rijk met haar eerste prijs. Ik wil hier mee aangeven en hoop dat jullie daarop willen reageren: Moet zo’n meisje met haar eigen talenten in een groepje worden gezet of moet ik haar als docent, dit meisje, haar eigen gang laten gaan?
De drie samenwerkingsstructuren:
1. check in duo’s
Ik denk dat ik in dit stadium hier het eerst voor wil gaan, omdat dit het dichtst bij mijn karakter en mijn manier van lesgeven ligt. Ik wil dit vooral gaan gebruiken na de instructie bij het inoefenen van de opdrachten. De leerling gaat eerst individueel aan het werk. In duo’s vergelijken ze de antwoorden. Met een ander tweetal worden de andere antwoorden nog een keer gecheckt. Ik loop daarbij rond om vast te stellen welke opdrachten nog problemen opleveren voor de leerlingen. Ik bespreek als laatst alleen de opgaven die problemen opleverden.
2. denken-delen-uitwisselen
Ik wil deze binnen korte tijd gaan uitproberen. Ik denk niet dat het mij lukt om van sturende docent gelijk naar een terughoudende docent te gaan. Ik denk dat dit een proces is, waar ik in moet groeien. Ik vind het hierbij ook moeilijk om niet op een verkeerd antwoord van een leerling in te gaan, maar om verder gerichte vragen te stellen.
3. eenvoudige experts
Dit punt staat het verst af van mijn lesgeven op dit moment. Ten eerste heb ik weinig tijd om goede materialen op te zoeken en samen te stellen, zodat de groepjes er goed mee aan de slag kunnen. Ik kan hierbij niet terugvallen op collega’s die ook wiskunde geven. Ik vind het zelf ook moeilijk om welke opdracht het dan zou moeten gaan. Ik hoop hier wat meer aandacht aan te kunnen besteden.
Er zijn drie stappen bij een lesontwerp:
1. gericht leergesprek vooraf aan een inleiding
2. overleg in groepjes tijdens de inleiding
3. gericht leergesprek achteraf
Ik ben een docent die zijn lessen goed wil voorbereiden. Vanaf volgende week krijg ik een digitaal bord. Het kost in de voorbereiding meer tijd om goede lessen in elkaar te draaien, maar als het eenmaal goed in elkaar zit, heb ik er een poosje wat aan en ik kan het in meerdere klassen gebruiken. Ik hoef dus niet telkens hetzelfde op het bord te zetten.
Ik kan de leerlingen veel meer laten zien met behulp van een digitaal bord. Dit kan zeker helpen bij een onderwijsleergesprek, wanneer ik een onderwerp of opdracht in de klas wil brengen.
Ik moet als ik meer wil gaan samenwerken strakker in de organisatie zitten en duidelijk zijn naar de leerlingen toe. De leerlingen moeten weten wat ze moeten doen en met wie. In mijn lessen zitten veelal dezelfde leerlingen naast elkaar. Om te voorkomen dat dit niet te eentonig wordt, wil ik de duo’s of groepjes op een leuke wijze door elkaar gooien.
Ik wil hierbij gaan letten op de tijd en me hier strak aan houden, zodat het niet saai en vervelend wordt. Deze inschatting vind ik vantevoren erg belangrijk.
Uit de negentien variaties in verschillende samenwerkingsstructuren wil ik een aantal kiezen die ik wil gaan toepassen in mijn lessen:
- huiswerkcontrole: de leerlingen gaan in duo’s het gemaakte huiswerk vergelijken. Hierbij wil ik ze eerst zelf laten discussiëren en als ze er echt niet uitkomen, kunnen ze mij inschakelen. De problemen die naar voren komen bij de meeste groepjes wil ik klassikaal bespreken.
- oefenaars/conceptverhelderaars: het hoofdstuk goniometrie blijft een moeilijk hoofdstuk voor sommige leerlingen. Ik wil leerlingen in de klas inschakelen om dit in groepjes te bespreken en elkaar bij de stapjes te helpen. Dit concept kan helderder werken dan wanneer ik constant weer opnieuw uitleg aan een leerling.
- toetsvoorbereiders: leerlingen proberen samen voor ogen te krijgen wat er wordt gevraag in een toets en wat de kernpunten zijn van het hoofdstuk. Ik wil aan leerlingen eens vragen om toetsvragen op te stellen en eventueel in de toets op te nemen.
- probleemoplossers: bij een hoofdstuk zoals goniometrie wil ik verschillende groepjes aan het werk zetten met verschillende vraagstukken. Deze proberen ze om de beurt voor de klas uit te leggen aan elkaar. Leerlingen moeten hierbij zoveel mogelijk op elkaar reageren, zonder te veel inbreng van mijn kant.
Hallo Erwin,
Goed verslag! Je vroeg om een reactie op het verhaal van het “film meisje”. Ik denk dat deze leerling floreert in de individuele setting. Dit hoeft m.i. niet te betekenen dat ze altijd alleen moet werken. Ook zij zal bij het samenwerken in groepen ervaringen opdoen die ze later kan gebruiken. Bovendien kan ze bij een volgende groepsopdracht bij andere leerlingen beter in beeld zijn . De andere leerlingen hebben haar, net als de leerkrachten, op een andere tot nu toe onbekende manier leren kennen. Haar rol kan hierdoor veranderen. Mijn mening is dat je nooit alleen samenwerkingsvormen moet hanteren en nooit alleen maar individuele opdrachten moet geven. Er moet een goede mix zijn zodat iedere leerling tot zijn recht komt. Er kunnen natuurlijk speciale leerlingen zijn (b.v. met aan autisme verwante problematiek) Voor hen kun je bewuster een groep samenstellen of als het uitkomt ze een keer extra de opdracht alleen laten maken.
Groetjes,
Aly
Reactie door alypb — januari 11, 2009 @ 12:22 pm
Hoi Erwin!
Wat een gewelig verhaal! Toevallig werk ik op de locatie in Wijhe en zelf bij ons op school werd met veel verwondering gesproken over de eerste prijs!
Aly, jouw woorden zijn fantastisch.Ik sluit me hierbij aan. Ik zou mijn gedachten hierover niet beter onder woorden kunnen brengen. Ik ben benieuwd welke keuzes je maakt, Erwin, en zeker naar de resultaten en gevolgen hiervan! Hoor ik van je?
Groetjes Leonie
Reactie door Leonie — januari 11, 2009 @ 2:03 pm
Hallo Aly en Leonie,
Ik wil eens kijken hoe in deze klas het samenwerken verloopt en als zij hierbij wordt betrokken of dat ik mij hierin moet roeren.
Ik ga dus proberen haar in de groep te mengen.
@Leonie: Ik laat van me horen hoe het is gegaan.
groeten,
Erwin
Reactie door Erwin van de Wetering — januari 21, 2009 @ 6:29 pm
Hoi Erwin,
Inderdaad een mooi verhaal! Ik denk dat Aly inderdaad gelijk heeft. Een goede afwisseling tussen individuele opdrachten en samenwerken lijkt mij ook goed. Zo kom je alle leerlingen tegemoet. Je moet het misschien een beetje zien als de meervoudige intelligenties. Je moet er nooit alleen 1 uitkiezen, want dan kom je maar tegemoet aan 1 soort leerling.
Groetjes Evelien.
Reactie door flien13 — januari 29, 2009 @ 7:02 pm