Naam maker dossier:Erwin van de Wetering
Naam beoordelaar:Evelien Kroon
Feedbackformulier bij dossieropdracht 3 (Pythagoras)
a. Wordt de voorkennis goed benoemd?
Je hebt de voorkennis heel gedetailleerd beschreven. Dat is voor jezelf als docent handig omdat je bij jezelf kunt afstrepen of ze alles inderdaad beheersen. Zo niet, dan kun je het er nog even over hebben voordat je de eigenlijke les begint. Grappig, dat (wiskunde) achter die wortel…
reactie:
Ik probeer voor elke les voor ogen te krijgen wat de leerlingen al moeten/kunnen weten. Dit vind ik voor mezelf handig om hierop in te spelen. Ik vind dat je als docent goed voor ogen moet hebben wat de leerlingen kunnen. Ik vind dat een hele les hierop wordt afgestemd. Wanneer ik het niveau van een klas vantevoren zou misschatten, loopt de les heel anders dan ik vantevoren had ingeschat. Het komt minder over de leerlingen en ik denk dat ikzelf minder rustig voor de klas zou staan.
b. Worden (minimaal) twee doelstellingen (in concreet waarneembaar leerlinggedrag) goed geformuleerd?
Je hebt vijf doelen beschreven. Bij alle vijf mis ik eigenlijk de voorwaarden. Volgens mij kun je jouw doelen ineenschuiven en dan wordt bijvoorbeeld het kunnen berekenen van de kwadraten een voorwaarde voor het kunnen berekenen van de derde zijde. Ik denk dat je, als je de doelen combineert en opnieuw opschrijft, komt tot twee of drie doelen die alle vier de kenmerken (gedrag, inhoud, (prestatie) en voorwaarde) bevatten. Prestatie daarbij tussen haakjes, want die vind ik erg dicht bij gedrag liggen in doelen bij dit soort lessen.
Reactie:
Ik begrijp de feedback die je geeft, omdat ik na de les wist dat ik de doelstellingen niet zo had beschreven, als in de les werd behandeld. Ik had deze opdracht voor de tweede les gemaakt en daarbij kwam duidelijk naar voren dat gedrag, inhoud en voorwaarde in de doelstellingen moeten zitten. Dit zit in geen één van mijn leerdoelen. In elk leerdoel ontbreekt de voorwaarden.
Ik ga mijn leerdoelen aanpassen en proberen juist te formuleren.
c. Wat vind je van de verdeling klassikaal/zelfstandig/afronding?
Een opvallend verschil inderdaad met mijn verdeling. Jij hebt vanuit een ander oogpunt jouw indeling gemaakt. In je feedback aan mij leg je jouw keuzes ook uit. Het is me duidelijk waarom je je keuzes zo hebt gemaakt. Er ontstaat een duidelijke, gestructureerde les. Zo te lezen geef je je lessen ook meestal volgens dit patroon. Dat schept voor de leerlingen duidelijkheid.
Reactie:
Ik vind dat je goed hebt gezien dat ik mijn lessen zo opbouw. Hierdoor vind ik duidelijkheid ontstaan voor de leerlingen. Er zit vaak dezelfde structuur in mijn lessen. Veel leerlingen zijn hierbij gebaat, omdat ze weten wat ze kunnen verwachten.
Ik heb zelf gekozen voor een andere indeling:
klassikaal: 29, 32 en 35
zelfwerkzaamheid: 30, 33 en 36
afronding: 31, 34, 37, 38, 39 en 40,
omdat ik na een geel stukje uitleg in het boek de eerstvolgende som pak en die klassikaal ga behandelen. Voor de zelfwerkzaamheid heb ik gekozen voor drie sommen, omdat ik dit genoeg vind om door de kinderen te laten oefenen en weer met de kinderen te bespreken. Voor de afronding kies ik uit meer sommen, omdat ik vind dat de kinderen thuis ook moeten kunnen stoeien met de sommen, zonder begeleiding. Ik krijg hierdoor vaak een beter beeld van leerlingen die het niet goed hebben begrepen, dan in de klas, omdat leerlingen dan meer kunnen vragen.
Ik vind de klassikale opgaven die jij gaat behandelen te veel op elkaar lijken en niets nieuws toevoegen t.o.v. de opgaven die komen. Ik begrijp wel dat je kiest voor meerdere opgaven zelfwerkzaamheid en de afronding, zodat de kinderen zo min mogelijk huiswerk mee krijgen.
d. Wat vind je vande twee controlevragen bij opdracht 36?
Je bekijkt de opgave heel technisch en brengt de theorie door je vragen bij een concrete situatie. Zo geef je handvatten om de som op te lossen. Oké.
Reactie:
Ik probeer de leerlingen vaak handvatten te geven, zodat ze de opgave beter leren te begrijpen en bij andere situaties dienen toe te passen. Ik wil dat ze dit gaan inzien. Dit vertel ik ze heel vaak en geef andere voorbeelden op het bord, waarbij ze het moeten toepassen. Zo kan ik beter zien of ze de stof wel begrijpen.
e. Hoe vind jij dat de overgang (“Schrijf een overgang letterlijk op, wees heel precies”) beschreven is?
Heel duidelijk. Je beschrijft stap voor stap wat jullie gaan doen.
Volgens mij past deze overgang meer bij de zin: “De leerlingen luisteren naar mij. Ik vertel ze wat we gaan doen in deze les.” Je duidelijkheid geeft de leerlingen houvast, ze weten waar ze op kunnen rekenen gedurende de les.
Reactie:
Ik vind dat je gelijk hebt. Bij de bovenstaande lesovergang past het veel beter. Door dit telkens vantevoren te zeggen tegen de leerlingen, weten ze waar ze aan toe zijn. Dit heeft weer te maken met de duidelijkheid en structuur in de les, die ik aan de leerlingen wil meegeven.
f. Komt een aantal sleutelbegrippen terug en wat vind je van wat er opgeschreven is?
Bij 1. Waar bestaat jouw eigen inbreng bijvoorbeeld uit?
Verder helder. Ik had dezelfde ideeën over dit hoofdstuk.
Reactie:
Mijn toevoeging bestaat meestal uit mijn eigen voorbeelden op het bord te geven. Door dit aan de leerlingen te presenteren, zien de leerlingen ook dat de contexten uit het boek, voorbeelden zijn, maar dat er veel meer contexten/situaties zijn, waarin je het kunt toepassen.
Bij 2. Je schrijft hier in het algemeen. Wat is je indruk van dit hoofdstuk? Je laat zien dat je goed let op uitingen van de leerlingen en daar ook op in wilt gaan. Dat is heel belangrijk.
Reactie:
Ik vind dat de geluiden uit de klas van de leerlingen heel belangrijk zijn. Ik vind het belangrijk om hierop te reageren en hier iets mee te doen. Ik vind het belangrijk de leerlingen het gevoel te geven dat ze gehoord worden.
Ik vind dit hoofdstuk goed in elkaar zitten. Er zit een opbouw in, waarbij de leerstof steeds iets meer wordt uitgebouwd. Ik weet uit ervaring dat leerlingen dit best een lastig hoofdstuk vinden, vooral wanneer de lange zijde van een rechthoekige driehoek is gegeven. Verder wordt in de gele stukken, duidelijk uitleg gegeven aan de leerlingen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit veel beter door de leerlingen kan worden gebruikt en gelezen.
Bij 3. Heel goed uitgangspunt. En ook heel eerlijk. Er zijn nog steeds leerkrachten die de neiging hebben om te doen alsof ze alles kunnen, alles weten en alles beheersen. Dat noem je dan sterk of zo… Ik denk dat als je, zoals jij hier, zegt dat je het soms ook niet weet, echte kracht laat zien en ook dat je open staat voor dingen die je zelf nog kunt leren.
Reactie:
Vorige week werd in de les door Michel al gezegd dat er niet overal een betekenis aan kan worden gegeven. Dit zorgde bij mij al een beetje voor een opluchting, doordat ik bij sommige wiskundige problemen wel eens op zoek was naar dagelijkse situaties, maar deze niet kon vinden.
Bij 4. Duidelijk en volledig verhaal. Ik heb er geen opmerkingen over.
Bij 5. Ook hier denken we zo’n beetje hetzelfde over. Ik vroeg me even af of je zo ook de hele groep leerlingen bereikt, maar dat idee heb ik wel doordat je echt tijd besteedt aan het rondlopen en over schouders meekijken.
Reactie:
Ik denk dat ik bij een klassikale uitleg ook niet alle leerlingen bereik, maar wel zoveel mogelijk. Ik probeer bij het rondlopen van alle leerlingen een beeld te krijgen. Dit lukt me aardig. Ik moet er wel voor waken, dat ik de “stille muisjes” in de klas voldoende aandacht geef en bij hen controleer of ze de stof begrijpen.
Bij 6. Het klinkt hier alsof je er nogal eens hard aan moet trekken, aan die motivatie. Je zegt dat je de punten onder je stukje wilt gaan gebruiken. Op wat voor manier? En waarschijnlijk doe je heel veel dingen al wel, alleen niet helemaal bewust.
Reactie:
Ik ben de laatste tijd heel veel bezig met de motivatie van de leerlingen te bevorderen. In de eerste klas heb ik hier weinig moeite mee, maar ik merk dat de kinderen in de tweede en derde klassen het moeilijkst te motiveren zijn, vooral leerlingen die het moeilijk vinden. Ik vind dat ik nu ook vaak te negatief reageer op leerlingen die niet aan het werk gaan. Ik wil dit ombuigen naar positief motiveren van leerlingen.
Ik wil hierbij eerst gebruik maken van drie punten van motiveren:
1. Deze leerlingen succes laten ervaren door een som samen met ze te doen en hen te complimenteren bij wat ze al wel goed kunnen. Hier extra de nadruk opleggen.
2. Ik wil interesse tonen in deze leerlingen. Misschien zit er wel iets achter waarom ze niet aan het werk gaan. Ik wil dus proberen iets te doorbreken bij deze leerlingen, zodat ze zich veilig voelen.
3. Dit alles wil ik doen door deze leerlingen positief te benaderen.
Veel succes met je voornemens.
Erwin, ik denk ook dat we een leuk gesprek kunnen hebben over onze lessen.
Tot de volgende bijeenkomst,
Evelien